Durbuy wordt vaak aangeduid als het kleinste stadje ter wereld. Dat is vooral een historische eretitel. De oude stadskern is inderdaad bijzonder compact en telt maar enkele straten, terwijl de huidige gemeente Durbuy veel groter is en ook plaatsen als Barvaux, Bomal, Septon en Wéris omvat. Durbuy ligt bovendien op een bijzondere overgang tussen de Ardennen, de Famenne en de Condroz. De naam zou mogelijk teruggaan op het Keltische duro-bodion, wat ongeveer ‘woning bij de vesting’ betekent. [nl.wikipedia.org]
De geschiedenis van Durbuy begint veel eerder dan de huidige huizen en straten doen vermoeden. Bij archeologische opgravingen rond de anticlinaal, de opvallende geplooide rotswand aan de rand van het centrum, werden onder andere een vuurstenen pijlpunt, bewerkt rendiergewei en Gallo-Romeins aardewerk gevonden. Onder de plek van de vroegere kerk kwamen ook Gallo-Romeinse resten tevoorschijn, waaronder een afbeelding van de godin Epona en een munt uit de tijd van keizer Constantijn. Dit laat zien dat al eeuwen vóór het ontstaan van de middeleeuwse stad mensen in deze omgeving leefden.
De ligging aan de Ourthe maakte Durbuy in de middeleeuwen strategisch belangrijk. Rond het jaar 900 zou hier al een versterking hebben gestaan. In de 11e eeuw werd een nieuwe burcht gebouwd. Durbuy wordt in historische documenten vermeld in 1078 als Dolbui en in 1084 al onder een naam die sterk op het huidige Durbuy lijkt. De vesting beschermde de noordgrens van het toenmalige hertogdom Luxemburg en moest vooral weerstand bieden aan de machtsuitbreiding vanuit het prinsbisdom Luik.
Het stadje en het kasteel kregen het regelmatig zwaar te verduren. Het kasteel werd rond 1156 door brand getroffen en in 1237 en 1317 aangevallen tijdens conflicten waarbij troepen uit Luik betrokken waren. In 1331 bevestigde Jan van Luxemburg, tevens koning van Bohemen, de stadsrechten en privileges van Durbuy. Aan deze historische status dankt Durbuy tot op de dag van vandaag zijn titel van stad.
In 1412 kwam Durbuy onder het gezag van het Bourgondische huis. Tijdens de onrustige conflicten aan het einde van de 15e eeuw werd het kasteel opnieuw ingenomen en grotendeels verwoest. Durbuy had echter niet alleen een militaire functie. De omliggende bossen, landbouwgronden en vindplaatsen van ijzererts waren economisch belangrijk. Volgens historische gegevens kwam in 1609 zelfs ongeveer een derde van het erts voor de Luikse metaalnijverheid uit het gebied rond Durbuy.
De stad kende door de eeuwen heen verschillende machthebbers, waaronder de huizen Luxemburg, Bourgondië en Habsburg. In de 18e eeuw kwam het domein in handen van de familie d’Ursel. Het huidige kasteel werd in die periode opgebouwd ter vervanging van de oude verdedigingsburcht. Aan het einde van de 19e eeuw kreeg het gebouw door verbouwingen grotendeels zijn huidige neogotische uiterlijk, met hoge daken, torens en natuurstenen gevels. Het kasteel is nog steeds privébezit en kan doorgaans alleen van buitenaf worden bewonderd.
Wie door Durbuy wandelt, ziet nog veel verwijzingen naar het verleden. De Sint-Niklaaskerk was oorspronkelijk een kloosterkapel uit 1630. De kapel werd later uitgebreid en werd in 1810 de parochiekerk. In en rond het centrum zijn daarnaast oude waterpompen, kapelletjes, kruisen, funderingsstenen en herinneringen aan beide wereldoorlogen te vinden. Zelfs bij de brug zijn stenen en jaartallen zichtbaar die herinneren aan eerdere bruggen uit 1725, 1909 en 1954.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg ook het kasteel een militaire functie. Het werd achtereenvolgens gebruikt door Duitse en Amerikaanse troepen. Daarna keerde het terug in particuliere handen van de familie d’Ursel.
De rivier die Durbuy eeuwenlang bescherming, handel en schoonheid bracht, vormde in juli 2021 ook een grote bedreiging. Na extreme regenval trad de Ourthe buiten haar oevers en liep het historische centrum onder water. Hotels moesten gasten evacueren en wegen richting Durbuy en La Roche-en-Ardenne werden onbegaanbaar. In het nabijgelegen Bomal stond het water in sommige straten tot ongeveer twee meter hoog. Volgens de toenmalige burgemeester was het de eerste keer sinds de aanleg van de vloedmuren dat het centrum van Durbuy daadwerkelijk overstroomde.
De beelden van het stadje als een eiland in de kolkende Ourthe maakten veel indruk. Bewoners, ondernemers en hulpdiensten gingen daarna snel aan de slag met herstel en schoonmaak. De overstroming is inmiddels onderdeel geworden van de recente geschiedenis van Durbuy en laat zien hoe nauw het leven in het stadje nog altijd verbonden is met de rivier.
Achter de gezellige terrasjes en gerestaureerde gevels gaat een geschiedenis van duizenden jaren schuil. Kijk tijdens je bezoek daarom niet alleen naar de winkels en restaurants, maar ook naar de geplooide rotswand, de oude stenen, de Sint-Niklaaskerk, de brug, de Ourthe en het kasteel. Samen vertellen zij het verhaal van een kleine stad die branden, belegeringen, oorlogen en overstromingen doorstond, maar haar bijzondere karakter wist te behouden.
Onze tip: wandel eerst bij daglicht door de oude straatjes en langs de Ourthe. Blijf daarna nog even voor een drankje of diner. Zodra de verlichting aangaat, krijgt het historische centrum een heel andere sfeer.
Veel plezier met het ontdekken van Durbuy!
Maudi en Rob | Elvira Durbuy